donderdag 15 juni 2017

Vlinders en libellen

IVN verslag theorie avond natuurgidsenopleiding juni 2017

Natuurmoment door Gina


  • Petrischaaltje met vleugeltjes van een libel (Blauwe Glazenmaker). De mus heeft de libel ontdaan van zijn vleugels.
  • De vleugels zijn niet allemaal uitgehard. Mus zorgt ervoor dat hij voor de uitharding de vleugels pakt. Als de vleugels nog niet zijn uitgehard kunnen de libellen nog niet vliegen.
  • Top: goed contact/interactie met cursisten, helder verhaal, prikkelt de cursisten door het uitdelen van de libellen. Interessant onderwerp. Onderwerp sloot aan bij de lesstof. Leuke aanvulling op lesstof dat niet alleen de boomvalk libellen kan pakken. Leuk dat het ook gaat over het gedrag van de mus. 
  • Tip: informatie geven over het beestje zelf, aan het eind onrust door de vragen die er waren. 

Vlinders (Joop Verburg)


Libellen hebben een optimale tijd nu, vlinders zie je minder in juni.

Vlindertuin:
  • Vlindertuin Zuidwolde wordt klaargemaakt door de werkgroepleden in maart. Een paar maanden later is het een bloemrijke tuin. Op de bordjes staat de wetenschappelijke naam van de plant, familienaam, kleur, aard, bezoekers, hoogte & bloeitijd. 
  • Pinksterbloem: bloeit zo vroeg dat oranjetipje nog niet z’n eitjes daar op kan leggen.
  • Waadplant is: een plant waar de vlinder zijn eitjes op legt en de rupsen van eten. 

Vlinders algemeen:

  • hebben een lange tong om bij de nectar te komen. 
  • Anders dan bij mensen: zijn bij de vlinders de mannen het mooist. 
  • Mannetjes ruiken het beste, die moeten vrouwtjes vinden. 


Dagvlinders:


  • Klein koolwitje: vier vleugels, kan goed ruiken met sprieten, eind van de sprieten zijn zwart. Ook met hap uit vleugel kan hij vliegen. Ogen zitten op vleugels om af te schrikken en af te leiden. Vogel neemt hap uit vleugel, maar vlinder vliegt vrolijk verder. 
  • Klein geaderd witje: zitten door elkaar om vocht op te nemen (op de foto). 
  • Groot koolwitje: zwarte rand aan de bovenkant en aan de achterkant van de vleugel. De enige dagvlinder die schade kan toebrengen aan onze cultuurwassen. Kan eitjes leggen op een koolblad. De rupsen gaan met grote aantallen aan de gang om de kool (op de foto) op te eten. 
  • Vrouwtje oranjetipje: is van boven net een klein koolwitje. Legt zijn eitjes op de Damastbloem. In principe legt hij maar één eitje op één plant. Als hij wel twee eitjes legt, eet de rups het andere eitje vaak op. Het eitje wordt binnen een paar dagen van wit naar oranje. De rups van het oranjetipje eet niet van de bladeren van de plant, maar van de vrucht van de plant. Hij groeit als kool. Rupsen houden zich in het verlengde van de hauw, om zich te beschermen tegen vijanden. Pop ontstaat vaak in juni/juli. Pop wordt bruin en is niet meer te vinden op het takje. Een jaar later wordt hij pas een vlinder. Deze overwintert dus als pop. Geen oranje vlek? Geen mannetje. Mannetjes ruiken de vrouwtjes. Vrouwtjes kiezen het mannetje. 
  • Citroenvlinder: deze vlinder leeft het aller langst. Waardplant is de Vuilboom. Maakt van lichaamsvloeistof antivries, waardoor zij meestal een temperatuur van -18 graden kunnen overleven. Op het moment dat de bladeren net uit de knoppen komen gaat hij daar eitjes op leggen. Rupsje gaat verpoppen en is heel moeilijk te vinden. Hier komt weer een nieuwe citroenvlinder uit. 
  • Boomblauwtje: heeft de Vuilboom ook als waardplant in het voorjaar. In het najaar heeft hij Struikheide als waardplant. Rups eet blad en krijgt daarbij teveel suiker binnen. En via klieren/tepels scheidt de rups suiker af en de mieren eten dit op en verdelen zuur over de rups, zodat de rups beschermt is met het zuur tegen vijanden. 
  • Landkaartje: het hangt van het jaargetij van de pop af hoe de vlinder er uiteindelijk uitziet. 
  • Sleedoornpage: komt in heel Drenthe niet voor, maar wel in Zuidwolde. Eitjes kun je vinden in de winter. Eitje is 1 á 1,5 mm groot. 
  • Gehakkelde aurelia: waardplant is de brandnetel. 
  • Dagpauwoog: rupsen zijn zwart (‘zwarte vreetmachine’). Maakt van lichaamsvloeistof antivries.
  • Distelvlinder: gaat naar Marokko/Algerije. Zijn niet uitgerust met het vermogen om antivries te maken. 
  • Bont zandoogje: is pas in Zuid-Drenthe sinds 1998. 
  • Bruine zandoogjes: één stip.
  • Oranje zandoogjes: twee stippen. 
  • Groot dikkopje. 
  • Kleine vuurvlinder. 
  • Icarus blauwtje. 
  • Urgentiaansblauwtje: eitjes op de Klokjesgentiaan. 
  • Kleine vos. 

Macro nachtvlinders:

  • Grote wintervlinder
  • Zuringspanner: dag-actieve nachtvlinder. Sprieten lijken op veren. 
  • Groot avondrood. 
  • Dennepijlstaart. 
  • Pauwoogpijlstaart. 
  • Witvlakvlinder (of zonderling): rups van deze vlinder eet alles. 
  • Wapendrager. 
  • Eekhoorn.
  • Rood weeskind (Spinneruil).
  • Grote beer. 
  • Rozenblaadje.
  • Goudgele boorder. 
  • Koperuil: overdag groen, nacht goud. 
  • Goudvenstertje. 
  • Nachtpauwoog.
  • Grote nachtpauwoog. 

Libellen (Hero Moorlag)


Libellen algemeen:



  • Larve: heeft sprieten, ogen, poten, vleugels die hij niet gebruikt en een juffer heeft een helikopter, onderlip. Leeft één tot vier jaar in het water. Onderlip kan hij uitklappen en daar zitten haken aan. Daar kan hij visjes mee vangen. Zo gauw hij uitsluipt trekt hij de tracheeën open. 
  • Libellen: ademen door hun darmen/huid. Hebben vleugels apart, staan naast hun lijf. Ogen staan dicht bij elkaar. Kunnen niet lopen, gebruiken hun poten als korfje om insecten mee op te eten. Kunnen alleen een klein beetje kruipen. Ongelukkige dieren als ze op de grond terecht komen. Ze leven kort, larven eten lang. 
  • Juffer: vouwt zijn vleugels tegen zijn lichaam op. Ogen staan los van elkaar. 
  • Als een libel glanzende vleugels heeft, is hij pas uitgeslopen uit de larve.

Libellen apart:


  • Noorse winterjuffer: enige libel die kan overwinteren. In het voorjaar ontdooien ze. Tandem: mannetje heeft het vrouwtje in de nek vast. Vrouwtje heeft een boor en legt het eitje in het gaatje. 
  • Blauwe breedscheenjuffer: brede schenen,  eerst is deze juffer niet blauw, na een paar dagen wel.
  • Korenwoud libel: zijn drie soorten van. 
  • De viervlek libel (valt onder de korenbout). Op de knopen zijn donkere vlekken (viervlek). Mannetje ziet er, als hij uit de larve sluipt, hetzelfde uit als het vrouwtje. Het mannetje krijgt in de loop van de tijd een soort waslaag erover. 
  • Platbuik (valt onder de korenbout).
  • Bruine korenbout (valt onder de korenbout).
  • De oeverlibel: mannetje krijgt een blauwgrijs waslaagje met de tijd. 
  • Grote keizerlibel: larve twee tot vier jaar onderwater. Dia pauze: ontwikkeling houdt een pauze. Net zoals reeën in de winter. Grootte: 8 a 9 cm. Spanwijdte: 12 cm. Bek knipt insect in stukken en eet dit in de lucht op. 
  • Smaragdlibelle: mannetjes hebben een taille, vrouwtjes niet. Mogen heel graag gezamenlijk zonnen. 
  • Lantaarntje juffer: licht iets op aan de achterkant. 
  • Libellen: de enige die een paringswiel maken (liefdeshart). Mannetje en vrouwtje hebben 10 segmenten. Mannetje heeft op segment 8 en 9: primaire geslachtsorgaan. Hij heeft dit segment nodig om het vrouwtje in haar nek te pakken. Hij gaat naar boven naar segment 2 en brengt daar het sperma zakje. Het vrouwtje haalt uit segment 2 het zakje sperma. 
  • Azuurjuffer: een ‘u’ te vinden op het lichaam. 
  • Vuurjuffer: vuurrood. 
  • Variabele waterjuffer: zonnen massaal bij elkaar.
  • Vroege glazenmaker libel: bruin met groene ogen. 
  • Glassnijder: herken je snel aan de beharing, vooral het vrouwtje. 
  • Gevlekte witsnuit: bij een mannetje zijn de eerste serie stippen vaak bruinrood, de allerlaatste fel geel. Hij heeft een wit snuitje. Vrouwtje heeft hele forse gele vlekken. 
  • Klein roodoogjuffer.
  • Grote roodoogjuffer.
  • Vuurlibel: eerst goud, daarna helemaal rood. 
  • Paardenbijter: mogen graag gezamenlijk zonnen, jagen. Spijker. 
  • Bruine glazenmaker.
  • Gewone pantserjuffer: zijn groen. 
  • Heidelibel: vrouwtjes geel, mannetjes rood. Er is maar één soort zwart. 
  • Bandheidelibel: donkere band over zijn vleugels. 
  • Weide beekjuffer: mannetje blauw, vrouwtje groen. 

Weekend



  • Wanneer je zaterdagochtend komt, zorgen de mensen die vrijdag komen dat de kano’s er al zijn. Auto’s kunnen makkelijk geparkeerd worden bij de kano verhuur. Vrijdagavond: uiterlijk 20.00 uur aanwezig. Guido vertelt een uurtje over het gebied. Degene die niet overnachten moeten zelf een lunchpakket maken/meenemen. Drinken is wel aanwezig. Er is alleen een matras. Geen deken/kussen aanwezig, dus zelf meenemen. Zaterdag: kanodag. Zondag: fietsdag. 

Excursie 17 juni 2017

  • Zaterdagochtend 09.30 uur: Kierse Wiede. Vanaf de watertoren neem je na de derde rotonde de afslag rechts. 
Verslag Mandy Pappot

Geen opmerkingen:

Een reactie posten