zaterdag 24 maart 2018

Excursie Landgoed Rheebruggen

Vandaag bestaat de excursie uit een wandeling. De groep wordt in tweeën verdeeld. Jan en Map gaan vanaf het informatiebord gezien rechtsom en Joop en Guido gaan linksom het landschap over. Ik loop met de tweede groep mee. 

Guido vertelt bij het eerste bosje dat het werd gebruikt als geriefbos (kenmerk: geen oude bomen, arme grond). We komen langs een pad met aan twee kanten oude houtwallen. Dit is te zien (o.a.) aan de aanwezigheid van eikvarens. Eikvarens zijn volgens Joop gemakkelijk te herkennen omdat ze één splitsing in de veren hebben (enkel geveerd). De eikvarens zijn in Drenthe achteruitgegaan door stikstofdepositie.

In het volgende bosje staan o.a. douglassparren. Die zijn te herkennen aan de drie ‘tandjes’ van de dekschubben die uit de kegels steken (‘veertjes’). Daarnaast is de boom te herkennen aan is de sinaasappelgeur (citroen/mandarijn werd ook in de groep gezegd) die je krijg na het wrijven van de naalden.


Guido wijst ons op een ‘ronde weide’ met een losse boom hier en daar. Kenmerkend voor een landgoed. Dit is een goede plek voor vleermuizen.

Als we verder lopen, zien we aan een kant van het pad een eikenhoutwal en aan de andere kant vooral elzen (met ook afwisseling met andere loofbomen). De kant met de elzen ligt lager in het beekdal.
Dan zien we een boerderij met tuin en daar staan ineens allemaal voorjaarsbloeiers. Op dit moment bloeien nog vooral de sneeuwklokjes en narcissen, maar er komt al meer op (maagdenpalm, bosanemoon). Hier woonde ooit de Artis-bioloog Dick Hillenius (1927-1987). Hij heeft veel werk van zijn tuin gemaakt. Hij plaatste er o.a. deze voorjaarsbloeiers maar ook ander loof – en vooral: hij liet het staan. Hierdoor wordt de bodem verrijkt (in tegenstelling tot de geriefbosjes).

We lopen verder naar ‘het strand van Uffelte’ gelegen in de Brede Beek. Dit strandje wordt in de zomer gebruikt als zwemstrandje. Voor het kanaal er was, werd deze Brede Beek gebruikt om te varen. Guido vertelt hier nog een keer over het systeem van het bevloeiing. Ik vang op dat hij uitlegt dat de naam laken altijd verwijst naar de beek die het water opving. Helaas kreeg ik niet alles mee. Er is hier namelijk gebaggerd en Joosje en ik vinden zoetwatermosselen en een steen met ‘jonge mosseltjes’ erop ‘geplakt’. In de notulen van 10 maart is meer te lezen (o.a. bij Tips) over het systeem.



Onderweg vliegen kramvogels voorbij. Er zwemmen knobbelzwanen in de vaart en we horen o.a. een grote lijster, vinken, roodborstjes en winterkoning.

Het wandelingetje naar de vaart bleek een klein uitstapje, we lopen een stukje terug om het rondje over het landgoed af te maken. Het bosje waar we nu langslopen heeft aan de ene kant een oud bos (diverse soorten bomen) en aan de andere kant rijen met jonge aanplant. Het is onmiskenbaar jonge aanplant: de bomen staan in duidelijke rijen en er is nergens een dikke of oude stam te vinden. Het hout wordt waarschijnlijk over een tijd gebruikt als kachelhout. Iemand vraag welke bomen het zijn, een ander weet het antwoord: ‘Ik denk eiken: kijk maar naar het blad eronder.’ ‘Oh ja.’ Zo leren we ook telkens van elkaar… ;-)

Even verderop staan de nieuwe eiken wat verder uit elkaar en zijn de stammen wat dikker. Misschien een test om te kijken wat het beste werkt? Als ik even buk om een zakdoek uit mijn tas te halen, zie ik sterrenschot liggen. Terwijl iedereen om het sterrenschot heen komt staan, vliegt achter de groep vanuit de jonge aanplant een houtsnip weg.

Onderweg laat Joop af en toe dingen zien: o.a. vogelmuur, veldkers, muskuskruid en ook de zwarte en gele trilzwam. De zwarte trilzwam leeft op dood hout, de gele leeft op myceliumnetwerken van andere zwammen (o.a. eikenschorszwam). Joop wijst ons erop dat het zomaar eens kan dat je in dit bos een bijzondere varen tegenkomt die eerder niet in Drenthe voorkwam. Dat is in soortgelijke bossen gebeurd. Meer hierover lees je hier.

De vlier en kamperfoelie krijgen al blad. Guido legt uit dat ze geen knopschubben hebben, daarom zie je gelijk het blad.

‘Er groeit veel pitrus op de weides, het is dus een nat gebied,’ merkt iemand op. ‘Het is een beekdal, dus dat klopt’, zegt Guido. Op het brede pad zien we dassensporen in het zand. We kunnen het spoor een heel eind volgen; de das heeft het karrenspoor een hele tijd aangehouden. Dan komen we bij de weilanden. Het verschil tussen het weiland van een ‘gewone’ boer en dat van het Drents Landschap is goed te zien. Als we na de pauze verder lopen, zien we twee hazen rennen in het veld. Guido wijst ons erop dat hier duidelijk de vorm van het beekdal in het landschap te herkennen is. Dichter bij de beek is geen bos, want dit gebied werd gebruikt als hooiland. Pas verderop staan de houtwallen, daar waar je ook sloten met water kunt hebben (i.v.m. vee).

Een grote oude eik die onder de klimop zit wijst op de aanwezigheid van een beekje. Hier komen we bij twee biologische graanakkers. Joop vindt hier klimopbladerereprijs. De plantjes bloeien al.


De rij oude beuken wijst ook weer op een oud landgoed. Hier staat nu een boerderij, maar hier stond eerst de Havezathe. De onderstam van de meeste beuken groeit scheef. Daarvoor is zo 1-2-3 geen definitieve verklaring voor te geven. Wel leuk om hierbij stil te staan en over na te denken. In het veld naast de beukenhaag is een duidelijk hoogteverschil, het is keileemkop.

De laatste stop voor we bij de auto’s zijn, is bij een weide waar we de Scheidgruppe (de oude beek) zien lopen. Hij meandert door de weide, een heel smal strookje. Vroeger was de Scheigrubbe veel breder, toen was het ook de grens (‘scheid’). Al in het begin van de veertiende eeuw vormde het waterloopje Scheidgruppe, dat langs de westkant van Rheebruggen liep, de grens van de kerspelen Ruinen en Havelte (bron). In de verte zien we een bult vier meter boven het landschap. Duidelijk door mensen gemaakt. Het is een motte. In de tijd voor Karel de Grote gebruiken de edelen (toen waren het vooral roofridders) deze berg als versteviging. Hoe het precies ging, is niet beschreven.

Afsluiting door Guido: de volgende les en excursie zijn de laatste. Vergeet niet je vragen over de eindopdracht dan nog te stellen. Verdere vragen over de opdracht kun je mailen naar Guido. Let op: 15 mei is de (harde) deadline voor het inleveren van de eindwerkstukken.


Tips:



Door Elisabeth

1 opmerking:

  1. Hallo, de beuken groeien scheef omdat ze vroeger onderdeel waren van een beukenhaag die om de tuin van het landhuis stond en dus langere tijd gesnoeid zijn geweest voor ze vrijuit konden gaan groeien.

    BeantwoordenVerwijderen